scroll-bottom
Delen met:

WBSO doet wat ’t moet doen, maar ….

De Nederlandse overheid heeft de populairste innovatiestimuleringsregeling van Nederland geëvalueerd, de Wet Bevordering speur en ontwikkelingswerk ofwel de WBSO.

We hebben de belangrijkste zaken onderstaand samengevat

  1. WBSO stimuleert aantoonbaar innovatie en versterkt vestigingsklimaat De belangrijkste bevinding uit het rapport is dat de WBSO aantoonbaar innovatie stimuleert binnen het bedrijfsleven en het vestigingsklimaat van Nederland versterkt.
  2. De Bang For the Buck (BFTB) loopt terug ten opzichte van voorgaande evaluaties. Het positieve rendement op iedere uitgedeelde euro belastingkorting was in de periode 2011-2017 ‘slechts’ 70 tot 90 eurocent aan extra S&O loonsom.
  3. De meerderheid van de WBSO-gebruikers is tevreden over de uitvoering. Wel behoeft de doorlooptijd na indiening van een aanvraag verbetering, nu duurt dit nog te lang. Dit is herkenbaar en zien wij ook terug bij onze relaties.
  4. 31% van de bedrijven met tien of meer werkende personen, die zelf claimen aan R&D te doen, maakt geen gebruik van de WBSO. Dit heeft o.a. te maken met de percepties en uitleg van definities binnen de WBSO. Het gevaar van containerbegrippen ligt op de loer: wat is technisch-nieuw en wat geldt nog als innovatief?
  5. Het loslaten van de cap (maximaal voordeel) zorgt vanaf 2016 voor een stevige herverdeling van het genoten voordeel; veel budget (37%) gaat naar het grootbedrijf terwijl deze populatie slechts 3% van het totaal aantal aanvragers vormt.
  6. In de rapportage wordt het verzilveringsprobleem aangehaald bij starters. Onder het mom van een ‘luxe probleem’, gaat men eraan voorbij dat veel starters van inhuur gebruik maken en dus weinig aan de WBSO hebben. Uit de evaluatie blijkt dat één op de drie starters van meer theoretisch dan inzetbaar voordeel genoot.
  7. Betrekkelijk weinig partijen vragen drie keer per jaar WBSO aan, terwijl doorlopend aanvragen als verbetersuggestie wordt aangedragen door de respondenten van het onderzoek. Binnen Venntiv zetten we dit in als middel om snel veranderende projecten of groeiende bedrijven toch mee te kunnen nemen binnen de WBSO.

ICT binnen WBSO

Uitsplitsing van toegekende S&O-uren op basis van technologiegebieden leert dat het grootste WBSO aandeel (25,9%) behoort tot programmatuurontwikkeling. In totaal gaat het om ruim dertig miljoen S&O-uren.

In de periode 2011-2017 is het aandeel van projecten met als zwaartepunt programmatuurontwikkeling sterk gegroeid. Met de verduidelijking van de omschrijving van programmatuur vanaf 2016 is aan deze groei een einde gekomen. Het aantal aanvragers liep in 2016 en 2017 zelfs sterk terug. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geeft zelf aan dat dit mogelijk samenhangt met het aantrekken van de economie. Zelf zien wij het aantrekken van de teugels op het vlak van programmatuurontwikkeling als een meer aannemelijke oorzaak.

Hoewel in algemene zin wordt aangegeven dat de WBSO aansluit op de wijze van het uitvoeren van R&D, is er bij ICT juist sprake van een mismatch: de noodzaak om ver vooruit te kijken terwijl de sector agile werkt, het geen oog hebben voor denkwerk dat vooraf gaat aan het code kloppen, en het niet ondervangen van de noodgedwongen inhuur van externen om gaten in ontwikkelteams op te vangen door een gespannen arbeidsmarkt.

Machine Learning en Artifical Intelligence (AI) zijn in het onderzoek terecht aangehaald als meer Data Science georiënteerde thema’s dan pure programmatuurontwikkeling. Ook de conclusie dat deze ICT-ontwikkelingen binnen de WBSO moeilijk liggen, herkennen wij in de praktijk.

Opvallend is dat de programmeertaal PHP ontbreekt bij het overzicht van de meest gebruikte talen, terwijl talen als SQL en ASP wel zijn opgenomen. PHP is juist een relevante taal gelet op de discussie rondom incrementele en disruptieve innovatie. Binnen de programmatuurdiscussie is ‘nieuw voor de organisatie’ echter nauwelijks een criterium voor RVO.


C
onclusie

De overall conclusie dat de WBSO bijdraagt aan het bevorderen van R&D, het versterken van het vestigingsklimaat en het aanjagen van innovatie onderschrijven we bij Venntiv van harte. Voor grote delen van het spectrum aan technische domeinen sluit de WBSO in de huidige vorm goed aan. ICT binnen de WBSO blijft een zorgenkindje.

WBSO doet wat ’t moet doen, maar ….