scroll-bottom
Delen met:

Heel leuk, die Green Deal van de EU, maar ondertussen spekt Nederland nog steeds de olie-industrie

Hoewel de Europese Unie met de Green Deal inzet op een energietransitie, blijven de individuele lidstaten de olie- en gassector met miljarden steunen. Zo staat Nederland garant voor nieuwe Mexicaanse olieplatforms en een olieterminal voor de kust van Oman.

Volgens een goed artikel in de Groene Amsterdammer heeft Nederland een ratjetoe van fiscale maatregelen die de fossiele sector bevoordelen. Zo is de vrijstelling van belasting op kerosine in de lucht- en scheepvaart goed voor zo’n 3,5 miljard subsidie per jaar. Daarnaast zijn er belastingvoordelen voor energiegebruik in de glastuinbouw en hoeven grootverbruikers zoals de fossiele industrie zelf minder energiebelasting te betalen dan huishoudens. Minder bekend is dat de Nederlandse overheid verzekeringen verstrekt waarmee olieraffinaderijen worden aangelegd in Koeweit en Oman. Dat is moeilijk te rijmen met de duurzame ambities van dezelfde overheid. Niet voor niets beloofde Nederland samen met de andere Europese landen in 2013 aan Brussel dat de subsidies voor ‘fossiel’ zouden worden afgebouwd. Als het aan Brussel lag zou vanaf 2020 geen enkele lidstaat fossiel nog voordelen geven. Dat is nergens in Europa gelukt, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico samen met het Europees onderzoekscollectief Investigate Europe. Terwijl Europa met de ambitieuze Green Deal met honderden miljarden probeert een energietransitie te bewerkstelligen, houden álle Europese lidstaten met fiscale regelingen en belastingvoordelen tevens hun fossiele sector in stand.

Barbara Baarsma, directievoorzitter bij Rabobank Amsterdam en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, waarschuwt vanwege de coronacrisis voor ‘uitstelgedrag’. ‘We moeten nu beginnen met het afbouwen van de fossiele subsidies die in Nederland nog steeds bestaan’, zegt ze. ‘Niet plotsklaps, maar met een stip op de horizon en een duidelijk afbouwregime.’ Het is een ‘no regret -maatregel’, ook nu, tijdens de coronacrisis en de economische crisis die erop zal volgen.

De subsidies maken het economische speelveld ongelijk en zitten daarmee de energietransitie in de weg. DE BAL LIGT NU BIJ de nationale overheden, want Brussel kan niet veel meer dan toekijken. Vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans belooft honderden miljarden bij elkaar te halen voor zijn Green Deal, maar elk land blijft tot dusver een eigen koers varen met de fossiele subsidies. De prijzen voor fossiele energie zijn momenteel ontzettend laag, wat het afschaffen van subsidies relatief makkelijk maakt voor de politiek. Het woord is aan de nationale politiek. Hoopvol gestemd ben ik echter niet. Polen blijft geld pompen in de steenkolenmijnen; in Italië tellen de belastingvoordelen voor het gebruik van diesel op tot meer dan vijf miljard euro, en de Griekse overheid betaalt de fossiele sector om scheepsladingen vol olie en diesel van het vasteland naar de toeristische eilanden te brengen zodat daar genoeg stroom is.

Door dit soort cijfers te publiceren, zal er een beweging moeten komen in de energietransitie.