Focus.

Het Nederlandse klimaat- en subsidiebeleid focust zich vooral op het besparen en opwekken van duurzame van energie als ook recycling. Het is op zich al een enorme opgave, maar willen we in 2050 naar Parijs komen, dan moeten we een belangrijk aspect niet vergeten: een circulaire bouweconomie. Hoogleraar Energietechnologie David Smeulders ziet het nog té weinig gebeuren. “We hebben het vaak over duurzaamheid, maar circulariteit wordt dan even vergeten. Duurzaam bouwen gaat verder dan energie besparen”, zei hij gisteren in een interview met Cobouw. Circulair en energie zijn veel te veel in een strijd verwikkeld, schreef de Sociaal Economische Raad (SER) vorig jaar al. Waarbij circulair het vaakst verliest, omdat energiezuinig bouwen simpelweg financieel aantrekkelijker is. Als je nagaat dat 70 procent van alle CO2-uitstoot in de wereld (volgens het Circularity Gap Report) het gevolg is van het verwerken van grondstoffen, is er dus nog een wereld te winnen. Met alleen de energietransitie wordt hooguit 15 procent van de Parijse afspraken bereikt, beweren de onderzoekers. Energie besparen in de gebouwde omgeving, waar het kabinet nu zo op hamert, is dus bij lange na niet genoeg. Sterker nog: als we de SER moeten geloven is hergebruik bittere noodzaak om de energietransitie te volbrengen. De energietransitie legt de komende jaren zo’n beslag op schaarse grondstoffen (zoals aardmetalen die voor zonne- en windenergie worden gebruikt), dat we wel naar hergebruik toe moéten. Voor het gebruik van secundaire grondstoffen, bijvoorbeeld bij de productie van ijzer en staal, is driekwart minder energie nodig dan voor het gebruik van primaire grondstoffen. Wat dit betekent? Dat de uitstoot van CO2 afneemt als de circulaire economie een serieuze vorm krijgt. Dat we met meer hergebruik sneller in Parijs aankomen.

Halen we de doelstellingen van Parijs zonder circulair bouwen?